Openbaar Ministerie op de vingers getikt door het Hof Den Bosch
Op basis van een Rapport van de Food and Veterinary Office (FVO) van de Europese Unie heeft Dier & Recht van februari 2005 tot en met juli 2006 onderzoek verricht naar misstanden op de veemarkten in Utrecht en Leeuwarden.
Naar aanleiding van het onderzoek van Dier & Recht is, voor wat betreft de Veemarkt in Utrecht, op 24 augustus 2006 aangifte gedaan tegen zowel een aantal natuurlijke personen als een aantal rechtspersonen die zich, naar de mening van Dier & Recht, schuldig hadden gemaakt aan overtreding van bepalingen uit het Besluit dierenvervoer 1994 en het welzijnshoofdstuk van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De aangifte is zeer gedetailleerd opgesteld en bij deze aangifte is, als bewijsmateriaal, een DVD gevoegd die een overzicht bevat van alle misstanden die zijn geconstateerd op de veemarkt in Utrecht. Bovendien zijn er ook foto’s van geconstateerde misstanden aan de aangifte toegevoegd.
Nadat Dier & Recht de aangifte had ingediend, bleef het geruime tijd stil. Daarom heeft zij vele malen contact gezocht met het Openbaar Ministerie (OM) om na te gaan wat er met de aangifte gebeurd was. Vaak waren deze contacten vruchteloos; of men kende de aangifte niet, of de stukken waren naar een ander parket gestuurd, of degene die er iets vanaf zou moeten weten was er niet, en ga zo maar door.
Na een aantal telefonische contacten met medewerkers van het Functioneel Parket, waar het dossier dan uiteindelijk terecht gekomen was, kreeg Dier & Recht op 20 maart 2007 - dus bijna een jaar later - een e-mail van het Functioneel Parket waarin medegedeeld werd dat er naar aanleiding van de aangifte door de Algemene Inspectie Dienst (AID) een onderzoek was ingesteld, dat naar aanleiding van dit onderzoek proces-verbaal was opgemaakt voor overtreding van artikel 5, lid 2, van het Besluit Dierenvervoer 1994 ten aanzien van één verdachte en dat door het OM besloten was de zaak niet te vervolgen aangezien er in het proces-verbaal onvoldoende bewijs zat.
Naar aanleiding van deze e-mail heeft Dier & Recht op 4 mei 2007 een klaagschrift ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering ingediend.
In het klaagschrift is bezwaar gemaakt tegen het niet vervolgen van alle misstanden waarvan op 24 augustus 2006 aangifte is gedaan. Onder deze misstanden waren naar de mening van Dier & Recht meer en ernstiger misstanden dan de overtreding die uiteindelijk geseponeerd is, bijvoorbeeld het schoppen van een liggende wrakke koe door een van de medewerkers van een transportbedrijf.
Maar met name is bezwaar gemaakt tegen het niet in behandeling nemen van de aangiften tegen en het niet vervolgen van de Veemarkt Utrecht en de feitelijk leidinggevers.
Groot was de verbazing bij Dier & Recht toen vervolgens uit het advies van de Advocaat-Generaal van het Openbaar Ministerie aan het hof bleek dat het beklag over niet-vervolging door het Openbaar Ministerie geïnterpreteerd was als enkel betreffende de geseponeerde zaak.
Dier & Recht was dan ook erg benieuwd hoe het hof op het klaagschrift zou reageren. Een belangrijk punt in deze zaak was voor Dier & Recht de vraag in hoeverre het hof wel in zou gaan op het punt in het klaagschrift over het niet in behandeling nemen van de aangifte tegen en het niet vervolgen van de Veemarkt Utrecht en de feitelijk leidinggevers. Het was in dit geval namelijk geheel niet duidelijk op welke wijze het Openbaar Ministerie de zaken had afgedaan of dat het überhaupt een beslissing heeft genomen met betrekking tot de vervolging.
Voor Dier & Recht was de grote vraag dan ook of het, indien een concrete beslissing over vervolging uitblijft en het OM ook geen aanstalten maakt tot een vervolgingsbeslissing te komen, wel mogelijk is om beklag wegens niet of niet verder vervolgen te doen. Er is geen expliciete vervolgingsbeslissing genomen en artikel 12 Sv spreekt immers van een "beslissing". Op goede gronden kan worden beargumenteerd dat het Openbaar Ministerie door stil te zitten de controle op zijn functioneren niet zou moeten kunnen ontlopen.[1]
Maar aan de andere kant kan wachten in het strafrecht in sommige gevallen legitiem zijn; het opportuniteitsbeginsel biedt de officier van justitie ruime beleidsmarges met betrekking tot vervolgingsbesluiten en besluiteloosheid.
Bovendien hing er ook nog een competentievraag in de lucht: als het hof zich erg formeel zou opstellen, zou het zich op het standpunt kunnen stellen dat de Veemarkt Utrecht niet tot de competentie van dit hof behoort en dat zij derhalve geen uitspraak over dit onderdeel van het klaagschrift kunnen geven.
De betrokken medewerkers van Dier & Recht hadden zich terdege voorbereid en vol goede moed togen zij op 15 februari jl. naar het hof in Den Bosch voor een hoorzitting. Mocht het hof zich toch formeel opstellen, dan had Dier & Recht in ieder geval genoeg munitie om op de geseponeerde zaak te schieten. Maar dat bleek niet nodig!
De raadkamer van het hof had de ook zaak goed voorbereid en begon de Advocaat-Generaal van het Openbaar Ministerie meteen stevig aan de tand te voelen; zo wilde de raadkamer graag weten wat er met de rest van aangifte inzake de Veemarkt Utrecht gebeurd was. Op deze vraag kon de Advocaat-Generaal, na enige aarzeling, niet meer antwoorden dan dat hij niet wist wat er met de rest van de aangifte gebeurd was.
Dit antwoord was voor de voorzitter van de raadkamer reden om de zitting te schorsen, om te raadkameren over de vraag hoe ze met deze ‘lastige procedurele kwestie’ om moesten gaan. Na een kort overleg kwam de raadkamer terug en gaf de voorzitter aan dat de raadkamer besloten had de zaak aan te houden wegens de onduidelijkheid over wat er met de volledige aangifte gebeurd was.
De voorzitter meldde dat de raadkamer het antwoord op deze vraag voor zowel de indiener van het klaagschrift als de beklaagde van groot belang vindt. De raadkamer droeg de Advocaat-Generaal dan ook op om uit te zoeken wat er gebeurd is met de lijst van aangiften m.b.t. de Veemarkt in Utrecht en besloot om de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden.
Dier & Recht is zeer blij met deze (tussen) beslissing van het hof, maar zal, gelet op de voorgeschiedenis van dit dossier, het Openbaar Ministerie en het hof achter de broek blijven zitten om zo spoedig mogelijk meer duidelijkheid te krijgen over het vervolg van deze zaak!
Wordt vervolgd…..
Kamervragen
Op basis van de aangifte zijn een aantal kamervragen [.pdf] gesteld.
De rapporten van het FVO waarop het onderzoek gebaseerd is:
FVO Report 9214/2003
animal welfare during transport and at the time of slaughter
3/11/03 to 7/11/03
FVO report 8503/2002
animal welfare during transport
Een uitgebreid artikel over de achtergrond van de aangifte van de hoofdredacteur van het Dier & Recht uitgegeven vakblad ROAR vindt u hier.
Voorbeelden misstanden veemarkten
Onderstaande beelden zijn gemaakt tijdens verschillende bezoeken aan de veemarkten in Leeuwarden en Utrecht. Ze geven een beeld van een groot aantal mishandelingen en overtredingen. Er zijn wel een aantal foto's van de website verwijderd omdat de personen op deze foto's in enkele gevallen onderdeel zijn van de aanklacht.
(klik op een afbeelding om deze te vergroten)
Mishandeling
Onderstaand een koe die niet meer in staat was om zelfstandig op te staan en die een sterk vergrote uier had. Zij werd door het toedienen van meer dan twintig schokken en door het hardhandig trekken aan de staart gedwongen op te staan. Overtreding van de Gwwd artikelen 36 en 37 en diverse artikelen van het Besluit dierenvervoer 1994.
Overvolle Uiers
Er zijn veel sterk vermagerde koeien en koeien met overvolle uiers aanwezig op de veemarkten. Vaak worden de koeien al met overvolle, zelfs lekkende uiers een dag voor aanvang van de veemarkt aangevoerd, waar ze nog minstens 12 uur moeten staan, veelal zonder water en voedsel. Overtreding van de Gwwd artikelen 36 en 37 en diverse artikelen van het Besluit diervervoer 1994.
Sterk vermagerde koeien
Onderstaande koe is volledig verzwakt en vermagerd en heeft de typische ronde rug die wijst op veel pijn door een chronische aantasting van de gewrichten.
Downer koeien
“Downer” – een doodzieke koe die niet meer kan staan, wordt aangepakt door een aantal veehandelaren.
Downers mogen niet vervoerd worden of voor de verkoop worden aangeboden. Er dient direct een vee-arts ingeschakeld te worden die het dier eventueel uit zijn lijden kan verlossen. Toch worden downers structureel (en illegaal) verhandeld via de officiële veemarkten in Nederland. Op de laatste foto is te zien dat er met een stroomstok in of bij de anus stroomstoten worden gegeven om de koe te dwingen op te staan om naar de transportauto te strompelen. Koeien die zelfs door stroomstoten niet in beweging (kunnen) komen, worden soms aan de voorpoten over de grond gesleept en met een lier een vrachtauto ingetrokken.
Aangifte en presentatie
Klik hier voor de exacte aangiften die gedaan zijn, en zie de tabbladen bovenaan deze pagina voor een presentatie en beeldmateriaal.



















